Afscheid van een thuisbroek

Deze column verscheen in het aprilnummer van Femma magazine.

Mijn leven kreeg tot voor kort het label ‘eerder ingewikkeld’. Complex zelfs en in feite niet te overzien. Tot ik mijn thuisbroek naar de kledijcontainer bracht.

Ik hou van mode, van sobere kleedjes, sneakers en een heerlijk parfum. Thuis ging ik echter tot voor kort niet eens voor casual, maar voor het lelijkmakende gemak. In mijn geval was dat een broek met print, versleten, en een blauw truitje waar ik nagenoeg in woonde. Thuiskledij. Tot het moment waarop ik in aller ijl nog naar de bakker rende voordat ik mijn zoon van school ging afhalen. Ik vergat de kledij om te wisselen en merkte te laat dat ik met de afgedragen printbroek bij de bakker stond. Ik schaamde mij dood. Zo kon het niet verder. Gemak – wiens gemak? Eens thuisgekomen bracht ik de broek, met nog een aantal jeans die bewaard werden om te schilderen, naar de container. Het voelde als een bevrijding , creëerde ruimte in mijn kleerkast en loste mijn kledijdilemma op. Ik doe niet meer aan thuiskleren. Ook thuis draag ik een leuk kleedje omdat ik mij daar wonderwel bij voel.
Nu ik toch aan opruimen toe was gekomen, besloot ik ook huis te houden in mijn hoofd.  Ik steek geen energie meer in het vervullen van andermans – te hoge – verwachtingen. Moeten ruimt plaats voor mogen. Ik doe gewoon mijn ding. Als ik geen zin heb in intelligent en literair, dan lees ik een romantisch boek van Nicolas Barreau en ik schaam mij niet eens. De eettafel in de living functioneert voortaan als de werktafel en rechts ervan prijkt een groot plan van Parijs aan de muur, ongeacht de mening  van interieurdeskundigen . Op zaterdag zit ik heerlijk lang aan de keukentafel met koffie en kranten, ga mij vaak pas na tien uur douchen en ik heb lak aan drukdoenerij. Mijn verwachtingen van het leven zijn wat bijgesteld, wat realistischer geworden, de verwachtingen tegenover mijzelf en de ander evenzeer. Ik slaag er almaar meer in te aanvaarden dat mijn leven langzaam voortkabbelt en dat ikzelf niet zo nodig alles moet combineren en aankunnen. Ik durf  ‘dit lukt niet’ te zeggen en dat maakt mijn leven nuchter en simpel.  Grote verhalen mogen al eens klein zijn, en geluk kan gemakkelijk huiskamergeluk zijn. Ik geniet van mijn nog in te richten terras, word blij van mijn geraniumstekjes, en zie de zon wat vaker. In contact met de ander werk ik niet meer aan relaties die enkel frustratie en ergernis oproepen. Ballast gooi ik overboord en dat brengt tijd en ruimte met zich mee – ook in mijn hoofd. Ik investeer enkel nog in mensen die er toe doen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan? Dat is het zeker. Een kast opruimen is beslist eenvoudiger  dan je relaties, en met uitbreiding je hoofd, op orde brengen, maar in wezen draait het om hetzelfde: afscheid nemen van hetgeen niet meer hoeft, loslaten. Loslaten is meer dan een hype, dan een nieuwe religie, het is een serieuze opdracht die wel wat van je vergt. Het vraagt een nieuwe manier van denken en zijn en begint bijvoorbeeld met een thuisbroek naar de container te brengen

Delen: