Ben je ooit klaar met rouwen?

Ik sta naar het graf van mijn moeder te kijken terwijl mijn zoon een plastiek fles vult met water. Zijn werkje op het kerkhof is steevast de bloemen water geven. Een onzinnige job, want de bloemen zijn dood. Het kerkhof is geen plaats voor bloemen; er is hier geen leven. Tegen beter weten in breng ik plantjes mee, die het een paar dagen later begeven. Vandaag heb ik geen bloemen bij me. Vandaag, zo zeg ik met veel drama tegen mijn zoon, is de laatste keer dat we hier zijn. Heel veel dingen in dit land doen we nu voor de laatste keer. We verhuizen naar een plek waar we willen zijn, naar een land, cultuur en mensen waarvan we houden en de doden laten we achter. 
Afgelopen negen jaar heb ik gerouwd. Verdriet was meester van mijn leven. Aan zinnen als ‘heb je het al een plaats kunnen geven’ had ik geen boodschap. Over welke plaats hadden ze het? We kunnen moeilijk om met rouwen, met verdriet en het mag vooral niet te lang duren. De vraag over die beruchte plaats kreeg ik na een week en nog een paar weken later vroeg iemand mij of ik niet pathologisch aan het rouwen was omdat ik zomaar begon te huilen. We zijn nu negen jaar verder en nog steeds lijkt het soms negen minuten geleden te zijn dat ik het bericht kreeg dat mijn moeder gestorven was. Negen jaar heb ik mijn verdriet de baas laten spelen over mijn leven. Dat was geen keuze, er was geen ontkomen aan. Ik heb erg afgezien, ik kan het niet anders zeggen. Het verdriet sneed mij overal waar het de kans toe kreeg. Het was niet te doseren. Wat restte was een gehavend lichaam en ziel. 

Ik las boeken over rouwen en ergerde mij aan de zogezegde fases waar je door moet. Ik had alleen maar veel verdriet, meer verdriet en ondraaglijk veel verdriet. Al die jaren lang. Verdriet bouwt een muur om je heen, of je bouwt die zelf vanwege het verdriet. Je sluit je af voor alles en iedereen. Dat is wat ik deed. Negen jaar heb ik amper geleefd. Ja, ik heb vaak mijn plicht gedaan, dat wel. Maar op veel momenten leek ik zelf dood. Met rouwen ben je nooit klaar. Dat heb ik vaak gezegd en nog meer ondervonden. Na negen jaar zal dat niet anders zijn. Ook in een ander land zal dat niet anders zijn. Wat wel anders is, is dat ik het leven weer een kans geef. Dat ik wil leven en dat het verdriet waakt als een slapende hond. Ik laat hem wat slapen, die hond. We hebben beiden wat rust nodig. Ik lees Een wonderlijk gemis van Christophe Ono-dit-Biot. Beter dan deze titel kan ik niet omschrijven hoe ik het gemis ervaar. Maar naast een wonderlijk gemis wacht er een wonderlijk leven.

Een wonderlijk gemis van Christophe Ono-dit-Biot is uitgegeven bij Borgerhoff&Lamberigts en kost 22,99 euro.

Delen: