kaneel

‘Canella’ zegt de man trots als ik hem vraag hoe kaneel in het Grieks klinkt. Ik had het kunnen weten: stokje, natuurlijk. De zakjes kaneel liggen op een bestoft schap in een donkere hoek van de winkel. De supermarket is in zijn hele amper verlicht. De vrees voor een hoge elektriciteitsfactuur verklaart de duisternis. De man lacht, hij is blij met een enkele toerist. En nog blijer als ik woordjes wil leren. Ef charisto betekent dank je wel – charmeert hij verder. Zelfs dat wist ik niet. Zijn vrouw bekijkt het schouwspel van op afstand. Het winkeltje is gelegen langs de zee en kende vroeger allicht een groot succes. Een shop voor de toeristen. Toeristen die er nu nog amper zijn. Een meisje dat in een plaatselijk restaurant werkt, verklaart dat de reizigers veelal Grieken waren, die nu wegblijven omwille van de crisis. En verder zijn er nog Duitsers en Oostenrijkers die hier decennia geleden huizen kochten en verbouwden. Haar lichaamstaal verraadt hetgeen ze hier van vindt.
Bij de bakker ruikt het onvermijdelijk naar kaneel. Het aanbod is heel beperkt. De vrouw des huizes is aan het lezen. Een heel dik boek. Om de dag door te komen – vermoed ik. Ze spreekt geen Engels en ik geen Grieks. Toch begrijpt ze mij als ik vraag om het soortement van stokbrood te snijden. Ik loop door en ga terug naar mijn nieuwe vriend van de supermarket, waar ik een mes koop. Om brood te snijden.

In mijn valies heb ik een speciaal vakje: het kaneelvak waar ik mijn zakjes kaneel verzamel. Ik hou van die specerij. De geur gaat naar mijn kindertijd, naar de keuken van mijn moeder. Niemand kon klaaskoeken bakken zoals zij dat kon. Met kaneel, veel kaneel. De geur is een parfum van geluk, van jeugdsentiment, maar ook van heimwee, van gemis. Als ik thuis de zakjes kaneel uit mijn valies haal, merk ik weer dat heimwee. Een ziekelijk verlangen naar een land waar ik mijn hart verloor. Kaneel maakt mild, leerde ik onlangs. Dat vind ik bijzonder. Zou dat de verklaring zijn voor de uithouding van de Grieken in die slepende crisis? Of is het eerder de passie, de liefde die ze voor hun land voelen, een passie die ook uit kaneel spreekt? Cinnamon is bitter and sweet, just like a woman, the way to everyone’s heart – klinkt het in A Touch of Spice. Of is het dan toch omdat ze – zoals de apotheker op weg naar Mycene verklaarde – strong people zijn?

Delen: