Come again – Over minimaliseren in Griekenland

Ik maak mij al eens druk. Stress is mij niet vreemd, ontspannen niet mijn fort. Ik maak mij al eens druk. Ook om kleine dingen. Vakantie zou daar verandering in brengen. Griekenland – een roadtrip door de Peloponnesos.
Griekenland geniet mijn sympathie, Alexis Tsipras en Bruno Tersago ook. Ik kan wel een boom opzetten over de houding van Europa tegenover Griekenland. Maar eerst vakantie.
Ons eerste hotel situeert zich in Tolo, een klein badplaatsje. Het is er warm en de zee pijnlijk mooi en blauw. Het hotel is sober, de eigenaar een vreemde man die een allegaartje spreekt van Frans en Engels, en als dat niet lukt gaat hij verder in het Grieks. Het charmeert mij.  We zeuren een beetje. Echt hygiënisch is het hier niet, maar het uitzicht is prachtig. En de zon schijnt. Een wandeling langs de zee opent de ogen. Vele panden staan leeg of zijn in deze lentemaand nog dicht. Er is amper volk. Het strand straalt duizelingwekkend mooi, de mensen groeten hartelijk. We drinken een koffie en betalen de helft van de prijs voor eenzelfde bestelling in België. Vergane glorie – die indruk geeft het stadje ons. Glorie die het al een tijdje geleden uitgezongen heeft. Bij het ontbijt is de eigenaar druk in de weer. We zijn de enige gasten. Hij maakt een soortement van omelet, serveert brood met confituur, nescafé, bananen, appels, plukt appelsienen van zijn boom en maakt fruitsap. Ik ben onder de indruk – niet zozeer van het ontbijt, maar van de gulheid. Mensen hebben hier weinig, leven op een andere manier, en delen wat ze hebben. Daar we kunnen we nog veel van leren.
We beslissen naar Mycene te gaan. Langs de weg stop ik bij een apotheek. Een hartelijke vrouw die vraagt waar ik vandaan kom. En vervolgens hoe het gaat in ons land – met de bommen? Zo heeft iedereen wel iets: zij de crisis met alle gevolgen, veel vluchtelingen die vastzitten en wij de bommen. De vrouw zegt ook nog dat de Grieken strong people zijn en dat ze het wel overleven. En dat Europa meer samen moet leven, dat er meer humanity moet zijn. Het is een wijze warme vrouw.
Terug in het hotel treffen we de eigenaar in onze kamer. Hij maakt de bedden op. Hij vraagt mijn voornaam, hijzelf heet Dimitrios – of wat had je gedacht. Ik moet lachen. De afgelopen nacht had ik een deken onder mijn matras gestopt omdat ik altijd met mijn benen iets hoger slaap. Hij wijst naar mijn constructie en lacht om mijn uitleg.  Hij vertelt over zijn moeder, die hem als kleine jongen overal naar toe bracht. Het hotel is naar haar vernoemd. Ze hield van dansen en uitgaan. Maar ze rookte veel. En plots stierf ze. De glans in zijn ogen verraadt veel liefde. Ik slik. In de ontbijtzaal hangt een foto van zijn ouders. Zijn vader is omgekomen in de oorlog. Een eenzame Dimitrios, denk ik, die zelf ook teveel rookt en gevaarlijk hoest. Tegen de avond heeft hij een hele constructie bedacht waardoor mijn benen wat hoger  kunnen liggen. Het ontroert mij. ‘s Anderendaags vertrekken we naar onze volgende halte. Come again– zegt hij. Hij geeft ons appelsienen en citroenen mee. Het afscheid doet wat zeer.  We komen beslist terug.

12924504_1720019751609186_1519112587188799163_n
Langs onze tocht stoppen we in diverse beeldige plaatsjes . Wat opvalt is dat de mensen hartelijk en vriendelijk zijn, genereus. Ze zijn met weinig tevreden – niet dat deze simplify your life hun keuze is. En toch zeuren ze minder dan ikzelf.
Onze voorlaatste halte heet Tyros. De hoteluitbaatster is een oudere vrouw die enkel Grieks spreekt, maar we behelpen ons. Als we van daar vertrekken naar Athene zwaait ze tot ze ons niet meer ziet.
Dimitrios en Griekenland hebben een bijzondere plek in mijn hart veroverd en mij aan het denken gezet. Waar zijn wij toch soms mee bezig? Het is tijd om de dingen in een ander perspectief te plaatsen. Een bagatel is altijd een bagatel. Ik ga mij minder druk maken om kleine dingen en wat vaker aan Dimitrios denken. Griekenland is een goede oefening in symplify your life. Europa en ikzelf mogen zich schamen.

Delen: