De liefde van mijn leven

Ken je dat gevoel, om met zoveel goesting iets moois te willen schrijven, net zo mooi als het gevoel dat je overmant? De goesting om die spanning en nervositeit die je wakker houden onder woorden te brengen? De goesting om te vertellen waarom je leeft op watermeloen en koffie? Wel, gevoel is één ding, verwoorden is een ander. Le bonheur se raconte mal. Zoveel wist Flaubert al. A.F.Th. van der Heijden evenzeer. Toch wil ik een poging wagen, wil ik vertellen over mijn grote liefde. Was het liefde op het eerste gezicht? Dat weet ik niet precies. Het zou kunnen. Het zou kunnen dat ik bij het landen, toen ik een kaneelkoek kocht in de shop van de luchthaven van Athene al dacht: dat is het. Ik weet het niet precies, ik weet het niet precies omdat ik dan eufoor was vanwege zoveel smaak van kaneel. Kaneel kan de trigger geweest zijn, zeer zeker. Of was het tijdens de weg van Athene naar Tolo dat de vonk al oversloeg? Op het moment dat ik een ongekende vrijheid ervaarde, daar op de autosnelweg, in een huurwagen in een vreemd land? Of was het toen ik in Mycene stopte langs de weg om appelsienen te kopen en de verkoper mij aansprak in het Grieks en ik in het Nederlands antwoordde en we elkaar wonderwel begrepen? Of was het bij het binnenrijden van Tolo en dat bootje zag waar welcome opstaat? Of was het die keer toen ik de hoteleigenaar uitkafferde om zijn eeuwige gezang ’s nachts, zelfs tijdens de stille week? Of was het in Romvi, toen ik er de eerste keer een latte dronk terwijl het hotel nog niet open was? Of was het daar bij de kapster die een geweldige crush op mijn zoon bleek te hebben? Of was het die keer dat ik mijn vlucht miste en ik in een vreemd bed een berichtje kreeg: je vlucht vertrekt over 2 uur? Of was het die keer dat ik op de pier lag, ik alleen, Tolo nog dood want geen toeristisch seizoen, en Gotcha mij een mythos bracht? Of was het die keer dat ik de storm trotseerde en doodsbang van Athene naar Tolo reed, of beter dreef – tegen beter weten in? Of was het toen ik naar huis vertrok, en tranen met tuiten weende in de wagen, en ziek werd op het vliegtuig? Of was het in Nafplio, toen ik die wondermooie schriftjes vond? Of waren het al die keren dat ik mijn vrienden zag, hen kuste en in mijn armen sloot en hun glimlach zag? Ja, die lach. Of was het die keer toen ik hun foto in mijn agenda plakte, als een overjaarse puber? Of was het die keer dat ik met de jongen skypete en zijn blauwe truitje fel afstak bij zijn getaande huid en hij de sigarettenrook in mijn gezicht blies? Of was het tijdens die nacht dat ik voor de duizendste keer naar mijn gsm keek en uiteindelijk uit mijn bed viel, bij het lezen van een mooie mail? Of heb ik het altijd geweten? Ja jij, de liefde van mijn leven.

Delen: