Goed volk

13043504_10208220219215192_1568747200914665575_nReisverhalen van Arthur Japin

Arthur Japin reist veel. En wie reist, komt al eens iemand tegen. “Reizen is zo verschrikkelijk belangrijk! Het maakt je vrij, open.” , vertrouwde Alberto Moravia Japin toe. In ‘Goed volk’ vertelt Arthur Japin over zijn bijzondere ontmoetingen.

The Dimi Brothers
Het boek zette mij aan het denken. Wie is mijn goed volk, over wie zou ik het hebben als ik een dergelijk werk samenstel? Ongetwijfeld over Dimitrios, de hoteluitbater uit Tolo, de man die zijn moeder zo mistte en mij de lekkerste appelsienen meegaf, die zorgde dat mijn rusteloze benen wat hoger konden liggen in mijn bed; het is ook de man met de vervaarlijke hoest, de man die eenzaam naar de zon keek. Ook de mémé uit Tyros, die ons uitzwaaide toen we naar Athene vertrokken, zou niet ontbreken. Net zomin als de vriend uit de Super Market wat verderop. Ik zou ook schrijven over Sandrine uit Les Vans, die mijn zoon van een kleine jongen tot een tiener zag opgroeien, over meneer uit Chagny die een Logis de France uitbaat en die ons na een helse tocht door nog helser weer trakteerde op veel verwarming en een heerlijke risotto, die zijn zieke vrouw bereid had. Ook over Denis zou ik het hebben, de man die zijn appartement in Barcelona aan ons verhuurde en ongegeneerd zijn hennepplanten op het terras liet staan. Ik zou ook lyrisch doen over de bakker van Paul in EuraLille, die met een gebroken been nog steeds liever bij zijn mecs in de bakkerij was dan thuis. Ik zou ook de bakker herdenken die ons, veertig jaar geleden, de heerlijkste appelflappen verkocht in Bastogne. Onze auto stond zowaar geparkeerd naast een tank. Mijn vader was daar waanzinnig in geïnteresseerd. Met een mond vol appel staarde ik naar die gevaarlijke tuigen. Ik zou ook schrijven over de patissier, vlakbij de Moulin Rouge, langs de Boulevard de Clichy in Parijs, wiens recept van pâte d’amande tot mijn dierbaarste schatten behoort. Ik zou ook uitweiden over de kok uit de Taverna To Steki in Tolo, die ons een heerlijk kaneelgebak serveerde – alleen aan ons, want we waren de enige gasten in dat ruime restaurant.
Dimi & Brothers: dat is mijn goed volk.

Arthur Japin en de hitte
Arthur Japin heb ik tijdens mijn reizen niet ontmoet. Of toch – tijdens een uitstapje, naar de boekenbeurs. Enkele jaren geleden ging ik met mijn zoon naar Antwerpen, naar de boekenbeurs. Met de trein en dan de tram. We kwamen aan in een overvolle, warme hal. Aan de vestiaire stond een lange rij mensen te wachten. Wij, zonder geduld, hielden onze jas dan maar aan. De hitte in die zalen benam ons alle energie. Elk een boek dan maar. Mijn zoon wou een nieuwe Geronimo Stilton en ik wilde een ‘mooie’ roman. Het werd ‘Zoals dat gaat met wonderen’ van Arthur Japin. Hij was er zelf ook, maar ik had het veel te warm om het boek te laten signeren. Later speet het mij – dat ik de hitte niet getrotseerd had om toch op zijn minst een praatje te maken. Het dagboek is één van de meest bijzondere boeken in mijn boekenkast geworden. En andere boeken van zijn hand waren al eens mijn reisgezel.

Goed volk
In korte verhalen en notities van over de hele wereld en door de jaren heen schetst Arthur Japin zijn ontmoetingen met enkelingen die hun eenzaamheid tot schitterend gebrek maakten. Vorsten, zwervers, politici en koninginnen van de nacht, maar ook schrijvers kruisen zijn pad. Eén van de meest aandoenlijke passages van het boek vind ik de ontmoeting met de zus van Susan Sontag, Judith Cohen, meer bepaald als Ben (Moser) aanbiedt om de as van haar gestorven man op te halen.  Ook de boottocht van Japin met zijn ouders liet mij niet onberoerd.
Verrast en helemaal niet voorbereid was ik toen Anil Ramdas het boek binnenwandelde.  De betreurde Ramdas kleurde zeker mijn studententijd. We hadden wel wat gemeen – niet in het minst een kwalijke arrogantie en betweterigheid. Maar Ramdas liet zich ondanks een buitengewone intelligentie, foppen door zijn zwakte. Het betekende zijn ondergang. Doodjammer vind ik dit, nog altijd.
In Zuid-Afrika was Arthur Japin met Anil Ramdas te gast op een soort van literaire manifestatie. Ramdas wond zich – naar goede gewoonte – allicht nogal op in zijn betoog. En ook hier ziet Japin klaar: “Nog altijd verzet hij zich om maar niet thuis te hoeven komen.” De eeuwige vlucht van Ramdas is inmiddels ontaard in een eeuwige rust.
Literaire manifestaties zijn vaak de aanleiding van de ontmoetingen. Japin houdt niet van grootspraak, van gekunstelde groepen evenmin. Ook hierom apprecieer ik hem. Een andere keer vormen zijn personages het uitgangspunt van een reis. Kwasi en Kwame, ‘De zwarte met het witte hart’ zijn nooit ver weg.

‘Goed volk’ ontlokt Arthur Japin bijzondere ontmoetingen, maar evenzeer mooi zinnen. Zinnen die je onder het vel blijven zitten. Zinnen die je verdere zijn bepalen. Goed volk koester je, het boekje evenzeer.

‘Bij alles wat je overkomt en waarbij je nu denkt, waarom gebeurt mij dit? Moet je eens denken: waarom ook niet? Waarom zou mij zoiets ook eigenlijk niet gebeuren?’

‘Goed volk’ van Arthur Japin is heel mooi uitgegeven bij uitgeverij Magonia en kost 17,95 euro.

Wil je mij volgen? Like dan zeker mijn Facebook-pagina: https://bit.ly/1qCGdrO

Delen: