Ik hou van de koers en van Bellegem

Twee nieuwsberichten volstaan om mij wakker te schudden, om die adrenaline zelfs bij het begin van de winter te voelen stromen, om een grenzeloze euforie van mij meester te laten maken en luidkeels mee te zingen met Patrick Bruel: Casser la voix!  Het eerste is een niet echt wereldschokkende mededeling: de startplaats van de eerste rit van de Driedaagse van West-Vlaanderen  blijft tot 2019 Brugge; het tweede: Fabian Cancellara rijdt de Giro in 2016. Bon, de koers beweegt iets in mij, dat is niet nieuw. Maar waar komt die quasi onvoorwaardelijke liefde vandaan? Zijn het dan enkel de gespierde lichamen van de renners, hun entourage of een enkele fotograaf die mij steeds weer tot die waanzinnige liefde drijven? Het zou kunnen. Of is het toch eerder mijn fascinatie voor het soms toch wel afwijkende gedrag van topsporters? Ook dat is mogelijk. En toch is er meer.
Ik  was nog een kind toen de Tour de France in onze garage plaatsvond. Mijn broer en ik hadden een heel peloton aan plastieken rennertjes, dat een welomschreven parcours op de garagevloer  aflegde. De loszittende, enigszins opgeheven dalen vormden de cols. Alles was voorzien. In mijn ploeg zat steevast de winnaar. Ik kende toen al veel meer van koers dan mijn broer. Al was dat niet zo moeilijk – met Bernard Hinault kwam je al een heel eind. Later op de middag werden de ritten op televisie gevolgd. Mijn moeder, wiens moeder van Bellegem afkomstig was, hield ook van de koers. Ik herinner mij goed haar legendarische verhalen over Bellegem Koerse die jaarlijks op witte donderdag plaatsvond. Bellegem Koerse was  een soort van voorloper van de Driedaagse van West-Vlaanderen – de Johan Museeuw Classics. Het was weliswaar een ééndagskoers, maar volgens de overlevering bleven de supporters toen al drie dagen weg van huis.
Bellegem heeft iets met de koers. Dat komt ongetwijfeld door de ligging,  maar evenzeer door de mentaliteit, de grensmentaliteit. Bellegem is veel meer Frankrijk dan Vlaanderen. Bellegem is een dorp dat leeft – hoorde ik mijn moeder vaak zeggen. Al wist ik niet zo goed wat ik mij daar diende bij voor te stellen. Enkele jaren geleden ging ik naar de aankomst van een rit van de Driedaagse van West-Vlaanderen. In Bellegem.  En ik begreep waar mijn moeder het zo vaak over had. Over een enthousiasme voor de koers, een warmte en gulheid, een voorliefde voor Picon, die ik zelden elders gezien had. Bellegem ademt koers. En in het voorjaar zal je zelden in deze streek komen zonder ergens te moeten stoppen voor een passerend peloton.
Het jaar na de Festina Tour nam ik mijn moeder mee naar Avesnes, de vertrekplaats van een rit in de Tour de France van 1999. We waren vroeg. In de plaatselijke boekhandel hing een enorme affiche van Richard Virenque. Hij had een boek geschreven. Over zijn waarheid nog wel. Ma Vérité. Ik heb de boekhandelaar zo gek gekregen dat hij mij de affiche mee gaf. De rit was nog niet begonnen en ik bevond mij al in de wolken. Later die dag, toen mijn moeder en ik ergens op een terras zaten, herkende ik mijn eigen blik in de ogen van mijn moeder. Toen ik over die jonge Zwitser vertelde. Dat aanstormende talent dat later op het jaar wereldkampioen bij de junioren zou worden.  Fabian Cancellara. Hij zowel als ik hadden nog een hele weg af te leggen.  Een weg die al eens kruiste.
Bruel zingt intussen: Si, ce soir, j’ai pas envie d’rentrer chez moi, Si, ce soir, j’ai pas envie d’fermer ma gueule Si, ce soir, j’ai envie d’me casser la voixIk luister al de hele dag naar hetzelfde liedje. Mijn zus wijst er mij op dat ook dat erfelijk is. Mijn vader deed precies hetzelfde – een LP steeds maar weer laten spelen. Alles is erfelijk, tiens . Ik hou van de koers, omdat ik van mijn moeder hou.

Delen: