Ochtendrituelen 1

De ochtend is een raar gegeven. Ik lach enerzijds om het einde van de zoveelste slapeloze nacht, anderzijds geeuw ik: nog doodmoe. De gedachte het bed te verlaten trekt mij niet bijzonder aan. En toch, omdat het moet, sta ik iedere morgen op. Ik loop de trappen af en geef mij over aan een zeker automatisme. Koffie zetten, fruitsap inschenken, fruit op tafel, yoghurt, brood, confituur, corn flakes, melk. De ene krant uit de brievenbus nemen, een andere krant digitaal. En dan even alleen aan de keukentafel de wereld vervloeken. Die fase gaat over. Echt waar. En dan wissel ik mijn bril voor mijn lenzen en wek ik mijn zoon.
Deze morgen verliep anders. Ik werd wakker gemaakt door een uiterst charmante, aantrekkelijke man. Ik had bijzonder goed geslapen en hij verwende mij met een ontbijt op bed: perfecte koffie, mijn lievelings Alpro-producten, vers geperst sinaasappelsap, een kiwi, de juiste kranten en hij zette zowaar hemelse muziek op: ll est où le bonheur van Christophe Maé. Bon, ik hoefde daar niet lang over na te denken, het geluk was daar, in mijn warm bed. Ik zag er buitengewoon fris uit, mijn lenzen zaten al op wonderbaarlijke wijze in mijn ogen, mijn haar perfect in orde. Zelfs ’s morgens kwam de man gevat uit de hoek, hij deed mij lachen. En verder praatte hij niet zoveel. Hij nam het dienblad van het bed en liet mij nog wat slapen. Als bij wonder dommelde ik terug in en kwam een paar uur later wakker. Met koppijn, haar in de war, onmogelijk mijn bril te vinden en dus zo blind als een mol, de dekens over heel de kamer  verspreid, geen koffie te bekennen noch aantrekkelijke man. Ik struikel het bed uit, zet  koffie, zoek de kranten die door het slechte weer later in de brievenbus belanden en ik merk dat de kiwi’s op zijn. Van Alpro geen spoor. Ik zucht eens en wek mijn zoon. Goedemorgen.

Delen: