Over moederdag, George Ezra en Dropsolid

Na enkele intense werkdagen zit ik met mijn zus op het dak van de Passé Simple, een brasserie in Moeskroen. Uit te blazen, bij een glas wijn. Alhoewel, uitblazen is niet direct het juiste woord. Ik doe nog steeds uiteenzettingen over afdelingswebsites, waar ik nu mee bezig ben. Uiteenzettingen en uitleg geven, alsof ze daar in geïnteresseerd is. Maar mijn hoofd is vol van websites en dus luistert ze. Mijn collega heeft een woord voor hetgeen ik doe: aflopen. Bon, dat aflopen duurt wel even. Maar werken aan een dergelijk project is best heftig. En loslaten is moeilijk. Ik vraag mijn zus hoe het komt dat wij zo moeilijk kunnen loslaten, waarom wij niet tijdens de uren doen wat we moeten doen en klaar. Zij weet het antwoord. Het heeft met verantwoordelijkheid nemen te maken, zegt ze. En we zijn zo opgevoed, voegt ze er nog aan toe. Dat is waar. Mijn moeder was een vrouw van verantwoordelijkheid nemen, van oplossingen zoeken en vinden. De term Agile was haar nog niet bekend, maar haar levenshouding was toen al gekenmerkt door een bijzondere wendbaarheid.
Mijn moeder zou trots geweest zijn op hetgeen ik doe. Op de kansen die ik krijg en neem op mijn werk. Want werken aan een dergelijk project maakt moe, maar gelukkig. Bij dat geluk helpt een bedrijf waar we mee samenwerken. Dropsolid draagt de wellbeing at work hoog in het vaandel. En dat merk je. Je hebt te maken met mensen met veel goesting voor hun werk. Dat is aangenaam. En ze zijn efficiënt en in agile hadden ze nog mijn moeder lessen kunnen geven. Het zijn goede jongens daar. Ook mijn moeder had van hen gehouden. Mijn moeder hield van mensen die hun passie en hun dromen volgen. Ze zou ook gehouden hebben van mon ami Frank, de kassaman in de Colruyt, die mij vraagt of de rode tulpen in de winkelkar voor mij zijn. En dan vertelt hij dat ik gelijk heb, dat je ook jezelf eens bloemen moet geven. Bonne fête zegt hij nog, als ik met de caddy wegrijd. Ik lach en verdenk hem ervan dat hij ook iets aan zijn koffie toevoegt. Zoals Antonios in Tolo. Ik was al weken in Griekenland voordat ik hem durfde vragen waarom hij altijd koffie in een klein glaasje dronk. En toen lachte hij en vroeg of ik eens wilde proeven. Ik zette het glas aan mijn lippen en werd quasi dronken van de geur. Mijn moeder had ook erg van Antonios gehouden.
En dan stap ik in mijn wagen, zonnebril op, olie in het haar, George Ezra zingt dit liedje en ik besef dat ik geluk heb, dat ik zo’n moeder had.
Aan de vooravond van moederdag wens ik alle moeders, behalve alle vanzelfsprekendheden die het moederschap met zich meebrengt, een zonnebril, blote benen, een heerlijk parfum, olie in hun haren, George Ezra in hun radio, hoge hakken en een fijne job. En ook wel een vliegticket naar Athene. Fijne moederdag.

20170704_100556

Bon, als je dat vliegticket te pakken hebt, en je rijdt nog 250 km naar het zuiden, dan kom je hier terecht, in Tolo.

Delen: