Rino en de geur van amandelen 1

De vroege zon maakt van la Place de Clichy een bijzonder tableau vivant. De lichtinval geeft het standbeeld van Maarschalk Moncey een buitengewone gratie, een air bij wijze van wraak jegens het droevige regenweer van afgelopen dagen. Het is druk op het plein – zoals altijd – maar toch dat ietsje extra op zaterdagmiddag. Terrassen dagen wandelaars uit, wandelaars laten zich verleiden en spelen het spel van Parijs mee. Een spel dat ze als geen ander beheersen. Verleiden en verleid worden. Niet zelden is een koffie, veeleer dan een vrouw of een man, de inzet.
Rino staart naar de affiches die de cinema aan de Place de Clichy etaleert. Een nieuwe Alvin. Hij glimlacht. Misschien vanavond, met zijn vrienden. Rino droomt wat weg en dwaalt af naar de zetel van zijn kinderjaren. Uren heeft hij in een groene, lederen sofa gezeten, gelegen, gehangen. En naar de film Spirit gekeken. Wel duizend keer. En iedere keer weer ontroerd geraakt. Spirit was zijn held. Vrijgevochten en bandeloos. Zijn grote voorbeeld. Nu nog steeds.
Hij steekt de weg over om de Boulevard de Clichy in te lopen. De zon pept zelfs deze weg wat op. Verdwaalde toeristen slenteren naar Montmarte en houden de Boulevard de Clichy voor rue des Abbesses. Tot ze op de etalages van de sexshops stuiten en merken dat ze niet de gezellige winkeltjes treffen die hun gids hen belooft. Zij wijzen naar de Moulin Rouge – dit cabaret kent hun gids dan wel weer. Rino belandde ooit zelf, jaren geleden, met zijn moeder in deze wijk, plan in de hand. Hij zocht geen sexshop, Moulin Rouge evenmin, maar hij was op weg naar een patissier – de beste marsepeinmaker van Parijs.
Rino groeide op in België, dik tegen de zin van zijn moeder, die in hart en ziel een Française was. Alleen haar identiteitskaart dacht daar anders over. Zijn moeder wilde zo graag in Parijs wonen, maar Rino studeerde nog. Zijn school afmaken in België – dat was het plan. Daarna was alles mogelijk. Als kleine jongen en ook later ging hij heel vaak met zijn moeder naar Parijs. Ze kenden de stad door en door. Met de tgv stonden ze in een uur in het Gare du Nord. Ze namen de metro tot Gare Saint-Lazare. Chez soi. Ze lonkten naar de etalage van A la mère de famille, op zoek naar een eerste koffie. Keer op keer. Ze hadden zo hun rituelen. Maar dat was jaren geleden.

20160206_152237
Rino was een goede student en het lag voor de hand dat hij naar de universiteit zou gaan. Zijn moeder drukte het hem meer dan eens op het hart: studeren, een diploma halen is belangrijk. Maar evengoed zei ze dat hij zijn passie achterna moest. Zijn moeder sprak uit ervaring. Zelf was ze veel liever bakker geworden. Kneden was voor haar pure magie, gebak een sensatie. Rino hielp zijn moeder vaak in de keuken. Ze bond hem een schort voor en hij mocht roeren, mixen of zelf eens kneden. Maar zijn liefde ging uit naar het maken van figuurtjes uit marsepein. Zijn lange speelmiddagen met plasticine zaten daar allicht voor iets tussen. Hij leek heel behendig en nauwkeurig in het ontwerpen van roze biggetjes . De geur van amandelen deed hem dromen. Nog magischer was zijn moeders receptenboek van A la mère de famille: een wonderboek met groene kaft, oranje letters en een oranje sierlint, de kleuren van hun winkels in Parijs. Het boek nam de kleine Rino mee naar Parijs, naar de stad met heerlijk gebak. Het boek rook naar de sjaal van zijn mama die onder zijn hoofdkussen lag; het boek rook naar amandelen, naar heerlijke amandelen. Het boek was zijn droom. Ooit zou hij zelf de beste pâte d’amandes maken. Nog beter dan zijn mama dat kon. Ooit.

Delen: