Waarom ik van Mark Coenen hou

Ik weet niet meer wanneer ik laatst in Italië was. Allicht was het die keer dat Lance Armstrong een come-back maakte in Milaan – San Remo en ik met de nachttrein naar Milaan trok. In de vroege ochtend aanschouwde ik het station van Milaan. Ik herinner mij dat die reusachtige reclamepanelen voor Dolce & Gabbana mij deden glimlachen. Ik was in het land van fashion and food. Welja, ik was vooral moe, want een nachttrein is natuurlijk een nachttrein, geen comfortabel bed. Als is dat laatste nu ook geen garantie voor een goede nachtrust. En ik wilde koffie en ook graag die andere man behalve Armstrong, waarvoor ik hier was. Dus nog voor de koffie nam ik een taxi tot het hotel waar de man logeerde. Grote bedrijvigheid daar: koers en zo. Wat later, aan de start van Milaan-San Remo realiseerde ik mij dat koersgekte toch erg Vlaams was. Hier, in Milaan, was zelfs voor Armstrong nauwelijks belangstelling. En dus dronk ik een koffie. Een heel erg mini-koffie, maar zo sterk dat ik vergat dat ik moe was. Na de start slenterde ik wat rond en zag heel veel schoenen die ik graag had gekocht. In plaats daarvan nam ik de trein naar Nice. Treinen in Italië zijn zoals elders in het zuiden: ze stoppen soms, onaangekondigd. Tegenover mij zaten twee jonge dames die in de weer waren met make-up. Ze hadden een spiegel van doen. Ik herinnerde mij een klein spiegeltje in mijn handtas dat ik ooit gratis had gekregen bij één of ander parfum. De achterkant van het ding was voorzien van een enorm logo van de bedenker. Ik gaf het spiegeltje aan de dames met een air van ook ik ben stijlvol. Ze lachten dankbaar. Toen ze het ding uit het daarbij horend tasje haalden, zag ik dat het spiegeltje vooral plakte omwille van gemorste lenzenvloeistof. Het was eigenlijk een vuile boel, waar alleen ik mijzelf nog kon in herkennen als ik eens mijn lenzen uit mijn ogen moest halen. Ik keek de dames niet langer aan, maar focuste op het landschap. Veel later kwam ik het station van Monaco voorbij en ik vroeg me af of veel passagiers hier zouden uitstappen. Als je in Monaco moet zijn, zou je dan de trein nemen? Ik arriveerde uiteindelijk in Nice, ging ’s avonds met de man gegrilde sardines eten en we raakten beiden dronken. Tot daar Italië en omgeving. 

Al kom ik er niet vaak, toch heb ik mij meer dan eens de bedenking gemaakt hoe anders Grieken zijn in vergelijking met Italianen. In Griekenland kom ik natuurlijk wel vaak. Zo modebewust als Italianen zijn Grieken alleszins niet. Ook die flair ontbreekt.  Zeg ik nu dat Grieken geen stijl hebben? Hm, misschien wel. Griekse vrouwen zijn vaak overdressed en mannen nog meer gehuld in jogging of polo. Of in slechte kostuums, waardoor het zweet op hun voorhoofd parelt. Nee, ik moet het bekennen, goed geklede mannen heb ik hier nog maar zelden of nooit gezien. Hun stijl is er ook vaak één van een tijdje geleden. Jeans met scheuren zijn hier bijvoorbeeld waanzinnig populair, tattoos evenzeer. Een man in pak in Italië is vaak een goed geklede man terwijl een Griek in kostuum veelal iets heeft van een player. Hoe komt dit? En met uitbreiding: waarom houdt Mark Coenen van Italië en ik van Griekenland? Meer nog – terwijl ik nu toch sprongen maak: waarom hou ik van Mark Coenen? 
Mark Coenen heeft stijl. Daar bestaat geen twijfel over. Mark Coenen is bijzonder getalenteerd en schrijft op een manier waar ik in mijn mooiste dromen over fantaseer. Ja, mijn ontzag voor de man is indrukwekkend. Enkele maanden geleden interviewde hij Marnix Peeters naar aanleiding van het verschijnen van diens laatste boek Zo donker buiten, afscheid van een moeder met alzheimer. Het interview was van een schoonheid en emotie die ik nog maar zelden ben tegengekomen. Het gebeurt niet zo vaak dat de vragen al net zo ontroeren als de antwoorden. 

En nu, om maar eens tot de kern van mijn verhaal te komen, heeft Mark Coenen een boek geschreven: Italië voor idioten. Koop het, lees het. Zonder aarzelen. 

Italië voor idioten van Mark Coenen is te koop vanaf 19 september 2019.

Delen: